Prinsjesdag 2026 - de belangrijkste ontwikkelingen voor MEVW-leden
Prinsjesdag 2026: Dit zijn de belangrijke ontwikkelingen voor MEVW-leden
Op dinsdag 15 september was het weer Prinsjesdag: de dag waarop de Koning de Troonrede uitspreekt en de regering haar belangrijkste beleidsplannen voor het komende jaar presenteert. Aansluitend biedt de minister van Financiën de Miljoenennota en de Rijksbegroting aan de Tweede Kamer aan. Daarmee start het parlementaire debat over de Rijksbegroting: het belangrijkste financiële instrument van het regeringsbeleid.
Prinsjesdag en de daaropvolgende begrotingsbehandelingen vinden dit jaar plaats in een politiek landschap dat sterk in beweging is. Het minderheidskabinet-Jetten, bestaande uit D66, VVD en CDA, trad in februari 2026 aan en moet voor de uitvoering van zijn plannen rekening houden met een versnipperd parlement en wisselende politieke verhoudingen. Het kabinet beschikt in de Tweede Kamer over 66 van de 150 zetels waardoor samenwerking met andere partijen van groot belang is. Dit geldt ook voor het verkrijgen van voldoende steun in de Eerste Kamer, waar de coalitie over 22 van de 75 zetels beschikt.
De begrotingsbehandelingen gaan in hoofdzaak over financiële keuzes: de verdeling van publieke middelen, belastingmaatregelen en de financiële onderbouwing van nieuw beleid.
Hieronder lees je de belangrijkste ontwikkelingen voor MEVW-leden.
Basisvaardigheden
Vanaf 2027 krijgen scholen structureel extra middelen voor taal en rekenen:
€317,8 miljoen voor het primair onderwijs (PO).
€190,4 miljoen voor het voortgezet onderwijs (VO).
De Versterkingsagenda Taal en andere basisvaardigheden moet de dalende taalprestaties tegengaan. Eerdere bezuinigingen op School en Omgeving (€120,6 miljoen per jaar) en het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (€60 miljoen) worden teruggedraaid.
Lerarentekort
Er komt structureel meer geld voor;
Professionalisering van lerarenteams (vanaf 2028: €206 miljoen voor PO, €122 miljoen voor VO).
Begeleiding van zij-instromers (€79,3 miljoen in 2027, oplopend naar €88,1 miljoen).
De Nationale Aanpak Professionalisering Leraren (NAPL), met €159,6 miljoen uit het Nationaal Groeifonds.
Kansenongelijkheid:
Structureel €120,6 miljoen voor School en Omgeving (€74,7 miljoen PO, €45,9 miljoen VO).
€57,5 miljoen voor brede brugklassen in het VO.
Subsidies voor schoolmaaltijden en brugfunctionarissen worden vanaf 2029 onderdeel van de reguliere bekostiging.
Leermiddelen en uitgeverijen:
Kwaliteitsalliantie voor leermiddelen: In 2027 wordt een kwaliteitskader verwacht om scholen te ondersteunen bij de keuze voor geschikt onderwijsmateriaal.
Gratis leermiddelen voor mbo: De Wet Gratis Schoolboeken (WGS) voorziet in middelen voor leermiddelen voor het voorgezet onderwijs. Met het wetsvoorstel Toekomstbestendige financiering mbo wil het kabinet vanaf 2029 leermiddelen voor
mbo-studenten jonger dan 18 jaar kosteloos beschikbaar stellen (structureel €80 miljoen per jaar).
Auteursrecht en cultuur:
Wet versterking auteurscontractenrecht: Deze wet bevindt zich in de fase van bekrachtiging en inwerkingtreding.
Collectief rechtenbeheer: De Wet collectief rechtenbeheer en toezicht ligt voor advies bij de Raad van State.
Toezicht op auteursrechten: Het College van Toezicht collectieve beheersorganisaties Auteurs- en naburige rechten (CvTA) valt onder het ministerie van Justitie en Veiligheid, met een begroting van €1,8 miljoen in 2027.
Postbezorging:
De wettelijke bezorgtijd voor standaard briefpost wordt stapsgewijs verruimd:
Vanaf 1 juli 2026: bezorging binnen 48 uur (in plaats van de volgende dag).
Vanaf 1 juli 2027: bezorging binnen 72 uur (drie dagen).
Vervolgstappen
De komende maanden staan in het teken van de behandeling van de begroting in de Tweede Kamer. De Algemene Politieke Beschouwingen vinden plaats op 16 en 17 september, gevolgd door de Algemene Financiële Beschouwingen op 29 september en 1 oktober. De behandeling van de afzonderlijke begrotingen start in de week van 5 oktober en loopt door tot december.
Voor nieuwe projecten en subsidies die per 2027 beschikbaar komen, geldt dat deze pas kunnen starten nadat de begrotingen door beide Kamers zijn vastgesteld.